Soldermis: De toekomst is al begonnen

29 december 2018

Jer. 33:12-17; Luc. 21:25-36

We vieren vandaag de eerste zondag van de Advent. Met de Advent begint een nieuw kerkelijk jaar. Het is misschien vreemd dat het evangelie van vandaag niet gaat over een hoopvol begin, maar over het einde van de tijden en het Laatste Oordeel. Toch is het niet zo gek om bij een nieuw begin stil te staan bij de vraag waar het heen moet gaan. Het feit dat vandaag het nieuwe kerkelijke jaar begint en ook het evangelie van vandaag nodigen ons uit om na te denken over het verschijnsel tijd en over de vraag hoe we de tijd kunnen invullen.

De cyclische en de lineaire tijd
Om te beginnen de vraag: hoe ervaren we de tijd? Voor onze beleving begint de dag wanneer de wekker afloopt en wij het licht aandoen, en eindigt hij wanneer wij het licht weer uitdoen. Maar voor mensen die met de natuur leven, begint de dag wanneer de zon opkomt en eindigt hij wanneer deze weer ondergaat. Nog ingrijpender is de telkens terugkerende wisseling der seizoenen, het steeds weer nieuwe proces van het afsterven en de wedergeboorte van de natuur, de voortdurende opeenvolging van licht en duisternis, warmte en koude, leven en dood. We spreken hier van een cyclisch verstaan van de tijd. Een dergelijke tijdsbeleving trof men aan in Jezus' dagen bij de volken buiten Israël. Deze visie is geënt op de processen die zich in de natuur afspelen. Leven en dood zijn inherent aan de natuur. Natuurkrachten zijn goddelijke krachten.
         Tegenover de cyclische tijd staat de lineaire tijd zoals Israël deze opvatte. Deze tijd werd gezien als een doorgaande lijn, met een begin en een eind. Die tijdslijn begon toen God de wereld schiep en zou eindigen op de Laatste Dag. We lezen in de Bijbel hoe de scheppende God orde schiep in de chaos. Die chaos wordt beschreven als een duistere oervloed, een kolkende, woeste oceaan (Gen. 1:2). God wordt gezien als de temmer van deze chaotische wateren. Maar op het einde van de wereld valt alles weer terug in de chaos van het begin. In het evangelie van vandaag wordt in verband met het einde der tijden gesproken van het gebulder en het geweld van de zee (Lc. 21:25).

De messiaanse verwachting
Ook de geschiedenis van het joodse volk geschiedt volgens een lineaire beweging. Deze begon met de roeping van Abraham en liep door via de uittocht uit Egypte naar de vestiging in een eigen land met een eigen tempel en een eigen koning. De Babylonische ballingschap maakte een einde aan dit alles. De eerste lezing, uit Jeremia, dateert uit de tijd dat Jeruzalem bedreigd wordt door het machtige Babylon. Jeremia spreekt de hoop uit dat er een koning zal komen die recht en gerechtigheid in het land zal herstellen. Niet het recht van de sterkste, maar het recht van de ontrechten, van de weduwe en de wees. Dat zou de redding van Israël betekenen. Maar Jeremia mocht het niet meemaken. Jeruzalem werd door Babylon ingenomen, de tempel in brand gestoken, de inwoners werden in ballingschap weggevoerd. Maar ook in de ballingschap bleef het ideaalbeeld dat Jeremia had geschetst overeind, het beeld van de rechtvaardige koning, beschermer van de rechtelozen. Men bleef hopen dat er ooit van Godswege een redder zou komen. Men sprak van Messias of Mensenzoon. In de tijd van Jezus was de messiaanse verwachting hoog gespannen. Het volk leefde voor de zoveelste keer in verdrukking. Nu waren de Romeinen de bezettende macht. Men hoopte vurig dat God zou ingrijpen en via de Messias het volk zou verlossen. Er waren verschillende kandidaten, onder anderen Jezus, die een aantal volgelingen had die in hem de Messias herkenden. Maar Jezus bleek geen Messias van macht en majesteit te zijn, maar van nederige dienstbaarheid. Deze Messias werd afgewezen en ter dood gebracht. Maar bij zijn volgelingen bleef de messiaanse verwachting van kracht. Zij geloofden dat Jezus na zijn dood bleef leven bij God en dat hij op het einde der tijden als rechter en Messias zou terugkeren.
         Aanvankelijk dacht men dat deze terugkeer spoedig zou gebeuren. In de tijd waarin Marcus zijn evangelie schreef, ongeveer 70, leefde deze verwachting nog. Maar een generatie later – in de tijd van Lucas - was Jezus nog steeds niet teruggekeerd. Men hield er rekening mee dat dit nog heel lang zou kunnen duren. Lucas was bezorgd dat de spanning eruit zou raken, dat de mensen in een leegte zouden terechtkomen, dat er niets meer zou zijn om naar toe te leven. Daarom legt hij Jezus de volgende woorden in de mond: Zorgt ervoor dat uw geest niet afgestompt raakt, weest waakzaam en bidt. Gebed wordt aanbevolen als oefening in waakzaamheid. Lucas wil voorkomen dat de tijd niet ontglipt aan zijn gehoor, dat de tijd geen lege tijd wordt.

Voortleven en échec van de messiaanse verwachting
De joodse beleving van de tijd als een doorgaande lijn, gespannen tussen een begin en een eind, heeft lang doorgewerkt, ook waar men het joods-christelijke erfgoed achter zich had gelaten. In de laatste twee eeuwen is de  messiaanse verwachting vervangen door een vooruitgangsgeloof. Rationalisme en technologie vormden de motor van dit proces. Ook in het oorspronkelijke marxisme zat een grote dynamiek, de eindtijd had er messiaanse trekken. 
         Intussen hebben we het echec beleefd van de optimistische vooruitgangsideologieën. De grote ismes hebben hun aantrekkingskracht verloren. Vooralsnog is er niet veel voor in de plaats gekomen. De grote stuwende gedachten ontbreken. De omvattende verhalen – niet alleen het verhaal van de klassieke politieke partijen, maar ook het verhaal van de Kerk - worden niet meer doorverteld. Een gevoel van leegte en angst kan ons overvallen. We weten niet meer waar we vandaan komen, wat we eigenlijk aan het doen zijn, waar het allemaal heen moet. In zo'n situatie kun je twee dingen doen: opgaan in de dagelijkse beslommeringen zonder veel na te denken. Er is zoveel te doen: je carrière, je zorgen om het bestaan, klussen die gedaan moet worden, de vele verplichtingen. Je kunt ook vluchten in verdoving: eten en uitgaan, steeds nieuwe consumptieartikelen; om dan nog maar te zwijgen van een vlucht in drank en drugs. 
         Het lijkt wel of al deze zaken zijn beschreven in het evangelie van vandaag. Daar wordt gesproken van de geest die afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven (21:34). Elders heeft Lucas het over eten en drinken, huwen en uitgehuwelijkt worden, kopen en verkopen, planten en bouwen, als activiteiten die gedaan moeten worden, zonder dat men er verder bij nadenkt in welke groot verband dit alles geschiedt (17:27-28).

De toekomst ligt in het heden
Het advies dat Lucas zijn lezers geeft: Wees waakzaam en bidt onophoudelijk om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen (21:36), geldt ook ons. Ons samenzijn in gebed op zondag kan een oefening zijn in waakzaamheid, al denken wij niet meer in termen van de komst van Christus op de Laatste Dag. Wij denken ook niet meer volgens het model van het Laatste Oordeel, waar Christus optreedt als eindtijdelijke rechter. Wij zeggen liever dat de messiaanse tijd al is begonnen en dat we nu al onder het oordeel staan, waarbij Jezus als maatstaf geldt. Wanneer we proberen te leven naar het model van Jezus, leven we niet in een lege tijd. Dan houden we de spanning erin. Dan blijft er perspectief, dan zijn er verwachtingen voor de toekomst. Christus komt daar waar de hoop en de overtuiging leven dat recht en gerechtigheid sterker zijn dan de machten van geweld en onrecht, waar mensen zorg hebben voor elkaar, waar mensen elkaar vergeven. 
         Op kerstmis, waar we in de advent naartoe leven, gaat het niet zozeer over de geboorte van Jezus, maar over de komst van de messiaanse tijd, waaraan wij meewerken. Jeremia spreekt in de eerste lezing van de stad die zal heten De HEER is onze gerechtigheid, een stad van gerechtigheid en vrede. Die belofte kunnen wij waarmaken door zelf aan die stad te bouwen.

Meld u aan voor de nieuwsbrief