Aanbidding der Koningen

De drie koningen, of wijzen uit het Oosten, kwamen het Christuskind vlak na zijn geboorte aanbidden. Volgens de overlevering hadden Jozef en Maria hun intrek genomen in een stal, maar de schilder van dit tafereel heeft het heilig gezin een onderkomen gegeven in de ruïne van een reusachtig paleis. Boven de poort is God te zien die neerdaalt tussen een zwerm musicerende engelen. Op de achtergrond, tussen de zuilen, is de verkondiging aan de herders uitgebeeld, een laatste engel zweeft nog in de lucht. Jozef staat achter zijn vrouw naast de os en de ezel. De schilder heeft zich vooral uitgeleefd op het bonte gezelschap van de koningen waarin we naast alle knechten een paar volbloedpaarden, een fraaie windhond en een dwerg met een papegaai ontwaren. De oudste van de koningen ligt geknield en kijkt op naar het kind dat hem lijkt te zegenen. Rechtsonder haalt een knecht cadeaus uit een kist, waaronder mirre, goud en wierook. Mens en dier, iedereen is even nieuwsgierig naar het wonderlijke kind op Maria’s schoot.

Wie dit paneel schilderde is onbekend, maar het is al heel lang ‘in huis’. In 1889 werd het door de ‘Vereniging tot Weldadigheid van den Allerheiligsten Verlosser’ aan Museum Amstelkring in bruikleen gegeven als ‘fraai compleet altaar met Italiaansch schilderstuk en blauw geschilderde achterwand, geflankeerd met twee getorste zuilen met vergulde kapitelen,… afkomstig uit een huiskapel aan de Oude Schans hier ter stede.’

Inmiddels is bekend dat het schilderij niet van de hand van een Italiaanse meester is, maar dat het gaat om een vrije navolging van een Noord-Nederlandse meester die een tekening van Baldassare Peruzzi gebruikte. Dat verklaart ook de Engelenburcht uit Rome die we rechts van de poort zien en de triomfboog aan de linkerkant. Een goede navolging was in de zestiende eeuw trouwens niets om je voor te schamen. Artistiek verantwoorde kopieën van een schilderij waren vaak niet veel minder waard dan de originelen.

Meld u aan voor de nieuwsbrief