Vijf Grisailles

van Rombout Uylenburgh

Rechts in de zolderkerk zijn vijf kleine paneeltjes te zien met voorstellingen uit de ‘Kindsheid van Jezus.’ De schilderijtjes zijn al sinds 1961 in bezit van Ons’ Lieve Heer op Solder, maar de maker ervan was tot 2013 onbekend. Toen vonden onderzoekers van de Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie een bijzonder tekenboek met vijftien tekeningen van de pre-Rembrandtist Rombout Uylenburgh; dit boek bleek de sleutel tot het identificeren van de grisailles die al een halve eeuw anoniem in het museum hingen. In de zeventiende eeuw gebruikte men de term grisaille of grauwtje voor schilderijen die binnen de schakeringen van één kleur geschilderd zijn, meestal grijs.

Rombout Uylenburgh (ca. 1585 -1628) werkte in Polen, maar zijn broer Hendrick had een atelier in Amsterdam, waar Rembrandt ging werken nadat hij rond 1631 vanuit Leiden naar Amsterdam verhuisd was. Ook op een andere manier was Rembrandt met de Uylenburghs verbonden, want hij trouwde met Hendricks nicht Saskia. Hendrick Uylenburgh had verschillende grisailles van Rombout, die waarschijnlijk in het atelier bewaard werden voor de verkoop. Rembrandt zal ze dus hebben zien staan. Dat zou kunnen verklaren waarom de composities van Rombout doen denken aan de vroege Rembrandt en diens leermeester Pieter Lastman.

De grisailles over ‘de Kindsheid van Jezus’ zijn van een grote huiselijkheid. Rombout heeft de persoonlijke emoties van de figuren rond Jezus met grote aandacht weergegeven. Het begrip kindertijd is ruim genomen, want op het meest linkse paneel is Jezus nog niet eens geboren. Maria wordt gefeliciteerd door haar nicht Elisabeth, zelf zwanger van Johannes de Doper, terwijl ‘het kind opspringt in haar buik’, zoals de evangelist Lucas zegt. Het tafereel treft door de interactie tussen de twee vrouwen: Elisabeth legt haar handen bemoedigend op die van de jonge Maria, die nog niet helemaal bevatten kan wat haar overkomt. De volgende afbeelding laat de herders zien die de pasgeboren Jezus bewonderen. De bonkige mannen knielen vol vertedering neer voor het kind op zijn bedje van stro, op het derde schilderijtje gevolgd door de ceremoniële visite van de drie koningen met hun rijke geschenken. Op paneel vier zien we de besnijdenis, waarbij de voorhuid van een mannelijke baby verwijderd wordt. Jahweh heeft als teken van zijn speciale band met het Joodse volk immers verordonneerd dat ‘elk kind bij u van acht dagen, al wie mannelijk is, besneden moet worden’ (Genesis 17:12). Bezorgd kijkt moeder Maria of het allemaal wel goed gaat. Op het laatste paneel is Jezus zijn kindertijd al bijna ontstegen. Twaalf jaar oud discussieert hij in de tempel met de schriftgeleerden, oude mannen die zich hun hele leven al met theologische studie bezighouden. ‘Allen nu die hem hoorden, waren verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden’ (Lucas 2: 47). Rombout schildert hier een heel scala aan reacties op het wonderkind: de man rechtsvoor heeft zijn armen sceptisch over elkaar geslagen, maar de man links beneden leunt geïnteresseerd naar voren.

Meld u aan voor de nieuwsbrief