Église au grenier

Le commerce de linge et la perception de redevances sur le vin étaient tellement lucratifs pour le marchand catholique Jan Hartman qu’il décida d’acheter le 10 mai 1661 cette maison sur le canal de l’Oudezijds Voorburgwal et les deux maisons voisines, situées sur l’arrière. Les trois maisons firent directement l’objet d’une profonde rénovation. Les trois greniers furent réunis pour former une église. C’est cette église catholique qui a donné son nom au musée : le musée « Notre Seigneur au grenier » (Ons’ Lieve Heer op Solder).

De twee steegwoningen en de kerk – die aanvankelijk wordt vernoemd naar de bouwheer en de naam ’t Hart krijgt – verhuurt hij aan Petrus Parmentier. Als extraatje voorziet hij de priester van de benodigde wijn voor de eredienst. 

Jan Hartman zal de kerk die hij op zolder heeft laten bouwen nu vast niet meer herkennen. Anders dan de rest van het huis, dat bij de grootscheepse renovatie zoveel mogelijk is teruggebracht in de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse situatie, heeft de kerk juist het uiterlijk van de negentiende eeuw gekregen, om precies te zijn het jaar 1862. 

Zodoende is de zolderkerk in de kleur van die tijd teruggebracht: paarse dodekop. Anders dan die naam doet vermoeden is het een prachtig oud roze tint, neigend naar bruin, leverkleur en paars. De kleur is gereconstrueerd op basis van wetenschappelijk onderzoek en is samengesteld uit lijnolie met titaanwit en ijzeroxide. Het oorspronkelijk gebruikte loodwit mag tegenwoordig niet meer gebruikt worden. 

Ook liggen er op de vloer weer biezen matten – destijds gevlochten in Genemuiden, nu geoogst en met de hand nagemaakt in Engeland. Op basis van oude foto’s en een prent zijn geëlektrificeerde replica’s gemaakt van de negentiende-eeuwse gaslampen. Verder is er zo terughoudend mogelijk gerestaureerd want het huis is het belangrijkste object van de collectie; dat moet zo oorspronkelijk mogelijk blijven.